fika
Taal: Zweeds · [ˈfîːka] · Uitspraak: FIE-ka
Uitspraak: Peter Isotalo · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Betekenis
de gezamenlijke koffiepauze, met iets zoets erbij
Het verhaal
Fika is werkwoord én zelfstandig naamwoord, en in Zweden zo goed als verplicht: twee keer per dag schuift iedereen aan, van stagiair tot directeur. Kaneelbroodje erbij. Wij noemen het koffiepauze en slaan hem over.
De vier rondes
- Uit welke taal komt het?
- Zweeds
- Wanneer is het heilig?
- Rond een uur of tien en om drie uur
- Waar hoor je het?
- Op kantoor, alles valt even stil
- Wat betekent het?
- Samen pauze met iets zoets erbij
Meer Zweedse woorden
blindwoord · ‹ Vorig blindwoord · Volgend blindwoord › · Alle woorden